vorige26 Dec 2014volgendelaatste

Stad zoekt middenklasse: verslag

Afgelopen donderdag 27 november vond er weer een nieuwe editie van Denken over Links plaats. De avond stond deze keer in het teken van de komst van de middenklasse naar de stad. Versterken zij de stad en wijken? En wat betekent deze verandering voor stad en de stedelingen?

Elke stad lijkt op zoek te zijn naar een middenklasse. Stadsbesturen projecten allerlei ambities op de komst van meer welgestelde bewoners in de stad. Die gedroomde groep blijkt echter geen wonderen te verrichten. Bovendien worden en de huidige bewoners van de stad – inclusief de middenklasse die er nu al woont – makkelijk vergeten. Zo ook in Rotterdam en Gent, de twee steden die deze avond centraal stonden. De stad is blijkbaar niet op zoek naar deze mensen, maar naar een specifieke soort, een ideaal soort middenklasse.

Het thema werd op verschillende manieren belicht door de sprekers tijdens deze aflevering van Denken over Links. Bart Van Bouchaute, die als politicoloog de Gentse stadsvernieuwing heeft onderzocht, Joke van der Zwaard, die als zelfstandig onderzoekster veel over Rotterdam en haar bewoners heeft geschreven en Reinhout Kleinhans, die als stadsgeograaf de vernieuwing van Hoogvliet uitgebreid heeft onderzocht waren te gast

Hoewel de komst van de middenklasse op verschillende manieren werd besproken kunnen we een gezamenlijke conclusie trekken: het versterken van de middenklasse heeft zeker voordelen. Het is goed voor de draagkracht van de stad: met minder middenklassers hebben steden minder belastinginkomsten, en juist meer druk op publieke voorzieningen. Ook zullen studenten en ‘sociale stijgers’ met een aanbod gericht op de middenklasse in hun stad kunnen blijven wonen.

Beleidsmakers en politici hangen echter teveel op aan de middenklasse. Volgens hen zou de komst van de middenklasse ook goed zijn voor bewoners die lager op de sociaal-economische ladder staan, e.g. door te zorgen voor sociale stijging en sociale cohesie. Deze effecten zijn echter niet aangetoond. Sterker nog: voor andere bewoners zijn aantoonbare negatieve effecten zoals verdringing en tweedeling.

In het gentrificatie-beleid verliezen stadsbesturen en woningcorporaties de huidige bewoners uit het zicht en waarderen de al aanwezige bewoners niet (genoeg). Om van stadsvernieuwing een succes te maken is het zaak om te zorgen dat mensen binnen de stad of binnen de wijk zelf carrière kunnen maken, ook wat betreft wonen.

Een stad mag dus best op zoek gaan naar een middenklasse als het daarbij andere stedelingen niet over het hoofd ziet (e.g. middels ‘aankomstwijken’). En laten we er eerst voor zorgen dat we huidige bewoners voor de stad behouden.

Lees hier verder voor het hele verhaal:

Het perspectief van Bart Van Bouchaute

In België werden en worden de steden gezien als een poel van verderf en criminaliteit, iets wat zich nu nog vertaald in een gebrekkige waardering van de steden. Arbeiders werden in de 19e en 20e eeuw met actief beleid aangemoedigd om de stad te verlaten en op het platteland te gaan wonen. Tegenwoordig verlaten mensen het even kan nog steeds de stad om in de omringende gemeenten te gaan wonen. Het is daarom voor een stad als Gent heel moeilijk om die middenklasse aan zich te binden.

De herwaardering van de stad begint in Gent rond de tijd dat die ook in Rotterdam van de grond komt, namelijk in de jaren 1970. Er wordt een strijd voor een sociale stadsherwaardering gevoerd, die leidde tot een herwaardering van de gordelwijken om de oude stad. Er werd gekozen voor invulbouw, wat betekende dat er, anders dan elders vaak gebeurde, geen hele wijken werden gesloopt. Bovendien mocht er geen sprake zijn van sociale verdringing. Hoewel er door een gebrek aan middelen weinig resultaat werd geboekt, bleef deze vorm van stadsvernieuwing een ijkpunt, ook voor later beleid.

In Gent heeft zich een stille gentrificatie voltrokken, zo blijkt uit het onderzoek van Bart Van Bouchaute, waarbij er wel degelijk sprake was van sociale verdringing. Deze vorm van verdringing, was een gevolg van het uitblijven van flankerend beleid. Succesvol beleid met betrekking tot stadsvernieuwing moet daarom gericht zijn op meer dan alleen stenen en moet bestaan uit een sociale, functionele en ruimtelijke mix.

Het beleid dat nu wordt gevoerd is niet realistisch. Mensen in België zijn bang om in de stad te wonen, vanwege de lage status en het idee dat de stad voornamelijk bevolkt wordt door migranten, die vaak geassocieerd worden met onveiligheid.

Progressieve mensen proberen echter tegen beter weten in de middenklasse naar de stad te trekken als breekijzer om ghettovorming te voorkomen. Het overgrote deel van de middenklasse in Belgie, anders dan in Nederland, wil echter helemaal niet in de stad wonen. Er is een ander beleid nodig waarbij gedepriveerde wijken worden gezien als plekken van aankomst. In deze wijken moeten de beste voorzieningen komen voor onderwijs, moet geïnvesteerd worden in sociale huisvesting en tewerkstellingsmogelijkheden, zodat mensen kunnen doorstromen. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid.

Download de volledige presentatie hier (pdf).

Het perspectief van Joke van der Zwaard

De titel van de avond, Stad zoekt middenklasse, kun je op vele manieren interpreteren, aldus Joke van der Zwaard. Zij heeft de titel vooral opgevat als een soort 'boer zoekt vrouw', waarbij de boer op zoek gaat naar de ideale vrouw en de stad op zoek gaat naar de ideale middenklasse. Ze heeft de stad daar altijd graag bij willen helpen en heeft bij meerdere gelegenheden meegezocht. Die zoekresultaten heeft ze gedeeld met gemeente, corporaties en andere instanties. Zij bleken echter niet zo geïnteresseerd in de middenklasse waar Van Der Zwaard mee op de proppen kwam. Gemeenten en corporaties zijn op zoek naar een bepaald soort en je kunt blijkbaar niet zomaar veronderstellen dat die middenklasse die zich al in de stad ophoudt.

De al aanwezige middenklasse wordt dan ook vaak over het hoofd gezien, zo zeer zelfs dat je bijna zou denken dat er in deze wijken alleen maar kwetsbare mensen wonen. Dat dit een mythe is blijkt wel uit het feit dat er in een wijk als het Oude Westen meer hoogopgeleide mensen wonen dan in Ommoord. Het gaat dan wel over een bepaald type hoogopgeleide, die er niet in eerste instantie op uit is om carrière te maken en zich op haar plek voelt in een wijk als het Oude Westen. Iets waar beleidsmakers zich nauwelijks wat bij voor kunnen stellen.

In plaats van hardnekkig de ideale middenklasse tot middelpunt van beleid te maken, zouden betrokkenen veel meer uit moeten gaan van de potentie van een wijk. Corporaties zien dit potentieel echter vaak over het hoofd. Joke van der Zwaard heeft daar vaak met ze over gesproken en zich afgevraagd of deze gedroomde middenklasse wel kan brengen wat deze wijken nodig hebben en wat het effect is van deze zoektocht op de mensen die er al wonen, die steeds maar te horen krijgen dat het pas wat met de wijk wordt, als er nieuwe mensen komen.

Bij dat laatste kun je grote vraagtekens stellen, want die nieuwe bewoner blijkt helemaal niet zoveel geld te hebben. Bovendien kun je niet verwachten dat deze middenklassers de oude bewoners ‘omhoog trekt’, onder andere omdat ze optrekken met hun eigen vrienden, binnen hun eigen netwerken. Tot slot worden de nieuwe bewoners dikwijls gepresenteerd als de redders van de wijk. Oude bewoners staan daarom bij voorbaat argwanend tegenover deze groep en sommige nieuwkomers gaan zich hier ook naar gedragen, met alle gevolgen van dien.

Het perspectief van Reinout Kleinhans

Wat zijn de heilzame effecten van “de middenklasse” voor een stad als Rotterdam, zo vraagt Reinout Kleinhans zich af. Voor een bestuurder bestaan die er vooral uit dat door de aanwezigheid van een grote middenklasse de stad soepeler te besturen valt, dat deze klasse zorgt voor stabiele OZB-inkomsten en toch niet het 'goudkustgedrag' vertoont van zeer mondige rijke bewoners. Daarnaast heeft de middenklasse een economische meerwaarde voor de stad omdat het zorgt voor draagvlak onder de winkels en andere voorzieningen in de stad, wat weer voor een levendige stad zorgt. Momenteel gaan er veel dingen in Rotterdam mis en voert de stad de verkeerde lijstjes aan, omdat die middenklasse, vanuit het oogpunt van de bestuurder, niet een voldoende substantieel aandeel van de bevolking vormt. Uit onderzoek naar het stadsvernieuwingsbeleid in Rotterdam blijkt dat de herstructurering van de naoorlogse wijken effectief is geweest als het gaat om de wooncarrière van de (lagere) middenklasse en maar beperkte resultaten heeft opgeleverd met betrekking tot het aantrekken van nieuwe middenklasse. Het laat ook zien dat het zaak is de mensen die al in de stad aanwezig zijn te behouden. Veel van de burgerinitiatieven in de stad komen voort uit deze groep.

De droge feiten wijzen op een aanzienlijk economisch en enig sociaal belang van de middenklassers. Tegelijkertijd moet je deze groep niet opzadelen met torenhoge beleidsambities, anders verzandt het beleid in zijn eigen retoriek en neigt het naar hysterie.

Download de volledige presentatie hier (pdf).